In juni van dit jaar kwamen de leiders van de lidstaten van de EU bijeen om de vastgelopen hervorming van de EU nieuw leven in te blazen. Zoals iedereen weet (of zou moeten weten) is dat proces twee jaar in de ijskast gezet nadat Franse en Nederlands kiezers de voorgestelde ‘EU Grondwet’ met een afgetekende meerderheid hadden afgewezen.Premier Balkenende was op de avond van het Nederlandse referendum, nadat de uitslag was bekend gemaakt, teleurgesteld. Maar moedig nam hij het verlies en noemde het 'helder dat de regering deze uitkomst zal respecteren'. Volgens hem 'hebben de kiezers een duidelijk en niet mis te verstaan signaal gegeven'. De premier zal aan zijn Europese partners duidelijk maken dat aan het Nederlands nee 'recht gedaan' moet worden.” (ANP 2 juni 2005). Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de EU nog, in maart van dit jaar, beloofde de premier zijn gewicht in de strijd te werpen, omdat “de nationale parlementen meer macht moeten houden om stop te roepen, zodra Brussel de tentakels te ver uitstrekt om nieuwe taken te bemachtigen.” (Trouw, 23 maart 2007).
Een nieuw verdrag
Na afloop van de EU top van juni dit jaar kwam het huidige kabinet terug in victoriestemming: De grondwet was niet meer! De symbolen waren uit de mandaat voor het nieuwe ‘amenderende verdrag’ geschrapt. Geen EU volklied en EU vlag. Het volk kon het verdrag nu zonder meer goedkeuren. Als het daar de kans al toe krijgt, want volgens het kabinet is het verdrag geen grondwet en dus geen referendum waardig. Een advies dat, bij uitblijven van tegengeluid, ongetwijfeld door de Raad van State overgenomen wordt. Als de Raad van State in deze dezelfde mening is toegedaan, dan komt het referendum er niet. Punt.
Maar het is de vraag of Balkenende c.s. wel de klinkende overwinning hebben behaald waarvan ze zelf zeggen dat die is behaald. Daags na het afsluiten van de top kwam al naar buiten dat Nederland, in ruil voor het schrappen van de symbolen, een groot aantal veto’s heeft opgegeven. Waarmee de 'macht (...) om stop te roepen, zodra Brussel de tentakels te ver uitstrekt’ is afgenomen en niet toegenomen, zoals premier Balkenende beweert. En de symbolen mogen dan uit het verdrag verdrag verdwenen zijn, ze blijven gewoon gebruikt worden. Dus zelfs de symbolen hebben onderhandelingen overleeft.
De ‘rode kaart procedure’, waarmee nationale parlementen bij meerderheid een wetsvoorstel van de EU kunnen afkeuren, kwam er niet. Daarvoor in de plaats kwam een ‘oranje kaart’, waarmee nationale parlementen hooguit een voorstel kunnen terug sturen, waarna de Commissie verplicht is om een ‘uitgebreide toelichting’ te geven. Wat er na die toelichting gebeurt is duidelijk: de Commissie kan gewoon haar zin doordrijven, met of zonder goedkeuring van de nationale parlementen.
Dat was al niet zo heel erg bemoedigend. Maar dit verdrag was in ieder geval wezenlijk anders dan de Grondwet, of niet? Toch?
Een oude bekende?
In de dagen na de top van juni waren er geluiden te horen die beweerden dat de Grondwet er toch nog steeds was. EU Observer, een pro-EU webmagazine, schreef dat “de tekst niet als een grondwet mocht aanvoelen, maar de inhoud van de originele tekst moest behouden”. De tekst moest zodanig vormgegeven worden dat “politieke leiders [het verdrag] thuis konden verkopen als niet waard om een referendum te houden”. Valery Giscard d’Estaing, een van de auteurs van de originele EU Grondwet stelde opgelucht vast dat “het voorgestelde verdrag in beginsel de zelfde was als de afgewezen EU Grondwet”. De veranderingen waren volgens hem “klein in aantal en meer cosmetisch dan substantieel” (Daily Mail, 17 juli 2007).
Er waren meer voorstanders van de originele grondwet die opgelucht adem haalden. De Ierse minister van Buitenlandse Zaken, Dermot Ahern en de Finse staatssecretaris voor EU zaken, Jari Luoto constateerden beide dat de nieuwe tekst in weinig verschilde van de tekst die hun parlementen al hadden geratificeerd. De Spaanse premier Zapatero: ‘Een groot deel van de originele tekst is vervat in het nieuwe verdrag’. En een woordvoerder van de Spaanse Socialistische Partij stelde dat 99% van de originele grondwet de onderhandelingen had overleefd.
Maar in de Tweede Kamer was iedereen, behalve de SP, de PVV en de PvdD, het met het kabinet eens: Het nieuwe verdrag was geen grondwet. Aan het Nederlands ‘Nee’ was recht gedaan. Premier Balkenende bestond het om van Bommel van de SP te gispen, omdat de laatste hamerde op de veto’s die Nederland heeft ingeleverd. Nederland had toch nog wat veto’s over? Onvermeld bleef dat de permanente EU voorzitter en de ‘Hoge Vertegenwoordiger’ voor buitenlands beleid dezelfde zijn als de president van de EU en de EU Minister van Buitenlands Zaken in de oude Grondwet, met vergaande bevoegdheden.
Bedrog als leidend principe
Inmiddels is het voorstel voor het nieuwe verdrag gepubliceerd en geanalyseerd en de resultaten zijn ronduit verbazend. Open Europe, een Britse denktank, heeft de teksten van de oude Grondwet en het nieuwe verdrag naast elkaar gelegd. En constateerde geschokt dat maar 10 van de 250 voorstellen in het nieuwe verdrag anders zijn dan in de oude Grondwet. Oftewel: het nieuwe verdrag, dat niet de grondwet is, is voor 96% gelijk aan de verworpen EU Grondwet. 'het enige dat ze lijken te hebben gedaan is de artikelen opnieuw nummeren', oordeelde Open Europe. ‘De oplichterij die ze uit proberen te voeren is verbijsterend’.
Normaal gesproken zou niemand daarmee weg moeten komen. Maar het nieuwe verdrag is een gecompliceerd document vol voetnoten en verwijzingen. Voor gewone stervelingen is er geen doorkomen aan. En dit is met opzet zo.
Daags na de top gaf een anoniem EU staflid al toe: ‘We hebben ons best gedaan zo ondoorzichtig mogelijk te zijn’. Zijn woorden werden later bevestigd door Giuliano Amato, voorzitter van de 16 koppen tellende commissie die een voorstel hebben voorbereid dat uiteindelijk het nieuwe verdragmandaat werd. Amato gaf toe dat de EU leiders hadden besloten dat het document onleesbaar moest zijn: 'Als het onleesbaar is, is het geen grondwet, dat was ongeveer de opvatting'. Amato zei dat alles in een interview gepubliceerd op EU Observer (17 juli 2007), er aan toevoegend: ‘Elke premier kan naar het parlement en zeggen: “Kijk, ’t is absoluut onleesbaar, een typisch Brussels verdrag, niks nieuws, geen referendum nodig”’.
Een staatsgreep in slow-motion
Hoeveel goeds is er te verwachten van een verdrag dat zoveel ondoorzichtigheid nodig heeft om geaccepteerd te worden? De machtsgreep van de EU, die door het nieuwe verdrag wordt mogelijk gemaakt, is enorm. De Britse columnist Christopher Booker spreekt van een hele trage staatsgreep, “a coup d’etat in slow-motion”.
Om te beginnen wordt de Europese Raad (niet te verwarren met de raad van ministers) een volbloed EU instituut. Ooit begonnen als een min of meer informeel samenzijn van de leiders van de lidstaten, wordt de Raad onder Artikel 9 van het nieuwe verdrag gehouden “de waarden van de Unie te promoten, haar doelen na te streven, haar belangen te behartigen, alsook de belangen van haar burgers en de lidstaten”. En zo worden de politieke leiders van de lidstaten de belangenbehartigers van de Europese Unie, nog voor dat van hun eigen bevolking, hun eigen kiezers.
Dit is des te meer van belang in het geval van het ‘voetbruggetje’, het koosnaampje voor Artikel 33, dat een ‘vereenvoudigde procedure’ voorstelt voor het aanpassen van de Unie-verdragen. Waar nu nog een volledige Intergouvermentele Conferentie (IGC) nodig is, laat Artikel 33 aanpassingen aan de bestaande verdragen over aan Europese Commissie en Parlement, onder goedkeuring van de Europese Raad. Maar de Raad wordt per Artikel 9 gedwongen de belangen van de Unie te behartigen. Daarmee bepaald Artikel 33 in beginsel dat de Unie beslist over amendementen van haar eigen verdragen, zonder tussenkomst van de lidstaat parlementen. Het nieuwe verdrag wordt dan ook wel het ‘auto-amenderend’ verdrag genoemd.
De macht van de EU om in te grijpen waar het nodig acht wordt zo’n beetje allesomvattend gemaakt door een fraai stukje onleesbaar schrijven. Artikel 308 in de bestaande verdragen geeft de Unie de macht om in te grijpen waar de doelen van de Unie in het geding zijn. Voorheen beperkte Artikel 308 zich tot de interne markt, maar die beperking is in het nieuwe verdrag verdwenen. Op zich geeft het nieuwe Artikel 308 de EU instituten al een uitgebreide macht om met wetsvoorstellen (de zgn. ‘directieven’) te komen zonder tussenkomst van nationale parlementen. In theorie wordt die macht nog enigzins beperkt door de verwijzing naar de ‘doelen van de Unie’.
Maar... Artikel 2 van het nieuwe verdrag geeft een nieuwe beschrijving van de doelen van de EU. Die doelen zijn zo wijds geschreven dat in principe alles waar de Unie haar zinnen op zet, onder verwijzing naar de doelen in het nieuwe Artikel 2 en het (zelf gegeven) mandaat in Artikel 308, binnen haar ‘competenties’ liggen. Dus de veto’s die premier Balkenende nog over heeft, heeft hij alleen maar omdat de Unie ze toestaat. Als de Unie van alle veto’s af wil is het een zaak van oordelen dat de veto’s de doelen van de Unie niet dienen (Artikel 2) en de Unie kan de veto’s middels een directief opheffen (Artikel 308). De nationale parlementen, evenals de bevolking, staan in dit geheel volledig buitenspel.
De voorzitter van de Europese Commissie was tot nu toe een post die vergeven werd door en verantwoording aflegde aan de nationale regeringen van lidstaten. Het voorzitterschap van de Unie, waarvan de Commissie slechts een onderdeel is, viel bij toerbeurt aan de regeringen van de EU lidstaten. Onder het nieuwe verdrag word de voorzitter van de Commissie de permanente voorzitter van de Unie, is zijn benoeming niet langer een zaak van nationale parlementen, maar van het Europees Parlement. Wederom de Unie die over zichzelf beslist, zonder tussenkomst van nationale regeringen of parlementen.
Dit zijn maar enkele van de meest in het oog springende aspecten van het nieuwe verdrag dat geen grondwet mag heten (maar het wel is). Er zijn nog andere aspecten die vragen doen rijzen. Zo geeft het nieuwe verdrag de Unie de juridische mogelijkheden daar waar zij het nodig acht directe belastingen te heffen en te innen (Artikel 261 van het nieuwe verdrag). Ook in het verdrag vervat is de formalisatie van de relatie tussen de EU en de Verenigde Naties, waarmee de VN een veel dikkere vinger in de pap krijgt waar het de levens van eenvoudige Europese burger betreft.
Democratie en soevereiniteit
De democratische controle op het doen en laten van de EU is gewoon niet te vinden in de nieuwe tekst. Staatssecretaris van EU Zaken Frans Timmermans mag graag pronken met zijn ‘oranje kaart procedure’, het is wel duidelijk dat dit een fopspeen is die de Unie geen strobreed in de weg legt bij het doordrijven van haar zin. Waar tot nu toe nog verantwoording schuldig was aan de Europese Raad en de nationale parlementen, is onder het nieuwe verdrag de Raad een EU instituut en zijn de nationale parlementen vrijwel volledig buitenspel gezet. En waar zij dat nog niet zijn is er nog altijd het ‘voetbruggetje’ als ze toch te hinderlijk worden voor de bazen van de Unie.
Als dit verdrag geratificeerd wordt en ingaat dan heeft de bevolking van Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder niks meer te vertellen. Nederland houdt dan op een democratie te zijn. De Unie als zodanig wordt dan, in de woorden van Guiliano Napolitana, President van Italie, een ‘post-democratie’, waarin de complexiteit van de moderne wereld niet wordt overgelaten aan het beperkte begrip van het gewone volk, onwetend en dom als ze is. Volgens Napolitana is het alleen maar redelijk dat het recht op regeren wordt ingenomen door zij die de intellectuele capaciteit hebben daar mee om te gaan.
Ons dagelijks leven wordt vanaf dat moment geregeerd door de benoemde (niet gekozen) bureaucraten van de Europese Commissie, een Raad die de nationale staten zou moeten vertegenwoordigen, maar verdragsmatig gedwongen wordt de Commissie te ondersteunen en een Parlement met de onwerkbare, en dus machteloze, omvang van de parlementen in China en eertijds de Sovjet Unie. Te samen zullen zij de Regering van de Unie vormen. De nationale parlementen zullen denkelijk niet snel opgeheven worden. Maar van enige soevereiniteit is dan ook geen sprake meer. Nationale parlementen zijn dan verworden tot de lokale uitvoeringsorganen van de Unie.
Het recht op een referendum

Het nieuwe 'amenderende verdrag' is dezelfde als de verworpen Grondwet. Het geeft de instituten van de Unie een ongekend aantal bevoegdheden, zonder dat daar een toegenomen plicht tot verantwoording tegenover staat. Dat alleen al is een forse uitholling van het democratisch gehalte van de Unie. Daarnaast is het verdrag zodanig opgesteld dat de Unie niks in de weg gelegd kan worden, als zij nog meer bevoegdheden naar zich toe wil trekken. Van 'samenwerking' is allang geen sprake meer. De Unie besluit welhaast per decreet en de nationale staten hebben te volgen.
De regering, en een voorlopige meerderheid in het parlement, staan op het punt om, met goedkeuring van de Raad van State, vrijheden van Nederlandse burgers te verkwanselen, die niet de hunne zijn om weg te geven. De burgers van Nederland konden altijd hun bestuurders ter verantwoording roepen. Als dit nieuwe verdrag ingaat, dan worden wij bestuurd door EU bureaucraten. Het triumviraat van Europese Commissie, Europees Parlement en de Raad van Europa zijn dan feitelijk onze regering: Functionarissen die wij niet ter verantwoording kunnen roepen, die wij niet weg kunnen sturen. De vraag is of Nederland zich over moet leveren aan een dergelijke ondemocratische regeringsvorm. Het antwoord daarop is niet aan de regering om te geven. Het antwoord daarop zal van de bevolking zelf moeten komen. En daarom moet er een nieuw referendum komen.